De
kosten bij afsluiten van een lijfrente
Het tarief
van een direct
ingaande lijfrente bestaat uit drie factoren: rente, sterfte
en kosten.
De rente wordt door de verzekeraar, onder toezicht van de
Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) doorgaans op dagbasis
bepaald. Meestal aan de hand van het rendement op staatsleningen
met een restduur van 5-8 jaar. Dit is de belegging die de
verzekeraar idealiter zelf aanschaft om u de uitkeringen te
kunnen voldoen na ingang. De rentemarge bepaalt de winstgevendheid
voor de verzekeraar. Deze is mede door het toezicht van de
PVK doorgaans niet onderhandelbaar.
De sterfte wordt afgeleid van de - ook onder toezicht van
de PVK - gehanteerde sterftetafels. Dit zijn statistische
waarnemingen die het CBS iedere 5 jaar publiceert en ook deze
zijn doorgaans niet onderhandelbaar.
De kosten vormen een ander verhaal.
Hier is voor u de meest winst te behalen en deze post zorgt
ook voor de forse tariefverschillen op de lijfrentemarkt.
Garantie
of beleggen
Bij een garantieproduct
bedragen de provisiekosten standaard zo'n 1,5% tot 7% van
uw koopsom (ongemaximeerd). Daarnaast rekent de verzekeraar
nog administratiekosten voor polisafgifte en uitbetalingen
(excassokosten). Dit is doorgaans een vast bedrag van rond
de 100 euro.
Met uw tussenpersoon kunt u onderhandelen over matiging van
zijn afsluitprovisie en over zgn. retourprovisie. Dit is een
bedrag dat u van de afsluitprovisie in uw dadelijk ingaande
lijfrente polis kunt laten stoppen voor een hogere uitekering.
In een garantielijfrente zijn de kosten in het bruto jaarbedrag
dat u ontvangt verstopt. Vraag er dus naar in de offertefase.
Bij een beleggingsproduct bedragen de provisiekosten standaard
zo'n 1% tot wel 20% van de koopsom.
Naast de provisiekosten en de maatschappijkosten, worden deze
polishouders geconfronteerd met beleggingskosten.
Dit zijn kosten voor aan- en verkoop van de beleggingseenheden
en de kosten voor het administreren van uw beleggingspolis,
de beheerkosten. Beleggingspolissen zijn weliswaar transparant,
omdat de verzekeraar u periodiek inzicht geeft in de actuele
poliswaarde, de waardeontwikkeling van de aangekochte stukken
en in de afgeroomde kosten. Maar toch ziet u ok hier niet
alle kosten. De kosten die de fondsbeheers zelf in rekening
brengen voordat zijn het rendement bepalen van de door u gekozen
beleggingsfondsen treft u doorgaans alleen in de jaarverslagen
van die beleggingsfondsen aan. En deze vallen buiten uw invloed.
Kortom: de beleggingslijfrente kan een aantrekkelijk alternatief
zijn voor de garantielijfrente, maar is qua kosten wat zwaarder.
Lees
ook:
uw keuze: garantie of beleggen
keuringseisen
shoppen
voor de beste lijfrente uitkering
vraag
een offerte aan
|